Menu

Door strengere toelatingseisen op de Pabo starten er dit jaar 30 procent minder studenten. Waarom moet je er niet, of toch aan beginnen?
5 redenen om #leraar te worden, en 5 redenen om het vooral niet te doen

‘Elke instructie, elke oefening, elk gesprek, elke ouderreactie, elke pleingebeurtenis moet iedere leerkracht elke dag volledig in volgsystemen vastleggen’, valt Tyneke Hogendorp, leerkracht op de Katholieke Daltonschool Sint Walfridus in Bedum, met de deur in huis. ‘Iedereen van buitenaf moet de ontwikkelingen kunnen volgen. Dat is de datamuur. Je praat en schrijft veel in onderwijsland.’

Weinig vrije dagen
Voor lange vakanties en veel vrije dagen hoef je het volgens Rob Hommen, docent wiskunde, Lyceum Schöndeln Roermond en hoofdbestuurder Groepen Algemene Onderwijsbond ook niet te doen. ‘In het onderwijs werk je 1659 uur bij een fulltime-aanstelling in 40 weken. Bij veel scholen krijg je maar een jaartaakberekening van 36 weken (à 46 uur per week).’ Die beperkte vrije tijd noemt Luuck Droste, leraar Frans en Duits op het Gerrit van der Veen College in Amsterdam, ook. ‘Je werk is nooit af. Er is altijd nog wel iets te doen. Er is veel nakijkwerk en vakanties kunnen nooit buiten het hoogseizoen.’

Laag salaris
En dan verdien je ook nog eens een stuk minder dan je vrienden. ‘Terwijl je zwaar inhoudelijk werk doet’, aldus een leraar op een internationale school. Met een nota bene afgeronde hbo-opleiding staat je salaris niet in verhouding tot andere hbo-banen. ‘Zeker niet in vergelijking met de grote inspanning, vele uren en je grote verantwoordelijkheid, namelijk het welzijn en de basiskennis van de toekomst’, zegt Hogendorp. Volgens Hommen kiezen veel mensen voor een docentenbaan vanwege de zekerheid of als het even slechter gaat in het bedrijfsleven. ‘Maar lesgeven is niet alleen kennis hebben, je moet de transfer kunnen maken naar je leerlingen.’

Passend onderwijs
Ook passend onderwijs vraagt veel van leerkrachten in het onderwijs. Aurea Kraak, leerkracht in het speciaal onderwijs, vindt het ergste dat kinderen hiervan de dupe zijn. ‘Er zijn veel thuiszittende kinderen en veel frustraties bij leerlingen en ouders. Dit werkt ook frustrerend voor leerkrachten. Vanuit financieel oogpunt moet je altijd concessies doen en kun je niet de zorg kunt bieden die je zou willen bieden. Dat is lastig.’

Bijdrage aan toekomst
Gelukkig zijn er ook genoeg redenen om wel leraar te worden. Je staat bijvoorbeeld mede aan de basis van de toekomst van je leerlingen. ‘Jouw professionele en bevlogen handelen kan ervoor zorgen dat jongeren een goede toekomst hebben’, aldus Hommen. Kraak noemt de positieve bijdrage die ze kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen, zodat ze kunnen groeien in wie ze zijn en in alles wat ze leren. ‘Je kunt kinderen ook in hun kracht zetten na een moeilijke periode, zodat ze weer plezier beleven in het naar school gaan en weer kunnen gaan groeien.’

Spiegel
Ook de leraar op de internationale school denkt een positief verschil te kunnen maken in hoe jonge mensen de wereld en zichzelf zien. ‘Daarbij is het een keiharde spiegel en referentie voor mijn eigen zijn en doen.’ Hogendorp ervaart die spiegel dagelijks. ‘Niemand is zo eerlijk als kinderen.’ Volgens haar “doe” je niet je werk, maar ben je het. ‘Niet lesgeven voelt als een zanger die niet mag zingen. Het is een passie.’

Werken in de groep vindt ze een prachtig spel. ‘Je leert dat niet op de Pabo, je moet het van nature spelen. Dat is waardevol voor kinderen en verrijkend voor jezelf.’ Lesgeven zit in je genen, aldus Hommen. ‘Als leraar leer je elke dag weer van je leerlingen. Je hoeft alleen maar open te staan voor hun ontwikkelingen.’

Nooit saai
En het leraarschap is erg afwisselend, vindt Kraak. ‘Iedere dag is anders, en dat maakt elke dag bijzonder. Kinderen zijn ontwapenend. Door die afwisseling moet je flexibel zijn. Het is dus nooit saai!’ Ook Droste noemt die dynamiek een pluspunt. Hij roemt de vrijheid en creativiteit van het beroep.

Hogendorp wijst op de waardering en terugkoppeling van de kinderen. ‘In de groep het mooie gesprek, het lieve gebaar, de blik als het tot inzicht komt. De lachgolf bij een goede grap. Volwassen mannen en vrouwen die roepen: “Hey juf! Ken je me nog?” Een grote glimlach, van beide kanten. “Nou en of!”’